Veelgestelde vragen

Het is logisch dat de uitvoering van het regioplan vragen oproept van belanghebbenden en omwonenden. De meeste vragen hebben een informatief karakter. Onderstaand zijn tal van vragen en antwoorden in rubrieken samengevoegd.
Wilt u meer weten?
Stel uw vraag dan via het reactieformulier op deze website.

Flora en fauna

Recent Canadees onderzoek (studie van Environment Canada, publicatie nov 2013) toont aan dat van de 270 miljoen vogels die jaarlijks sterven door mens-gerelateerde activiteiten, windturbines verantwoordelijk zijn voor 0,007%. De meeste vogels worden nog steeds gedood door katten.

  • Huiskatten/wilde katten: 200 miljoen dode vogels (74%)
  • Hoogspanningsleidingen en gebouwen: 25 miljoen dode vogels (9%)
  • Verkeer: 14 miljoen (5%)
  • Jacht: 5 miljoen (2%)
  • Pesticiden: 2,7 miljoen (1%)
  • Windturbines: 20.000 ( 0,007%)

In de Milieueffectrapportage (MER) van Windplan Groen is ook een hoofdstuk gewijd aan effecten van de windturbines op de natuur en hoe deze te beperken. Klik hier om de MER te kunnen lezen.

Indien er sprake is van beperkingen op basis van de Wet Natuurbescherming, dan zullen die beperkingen door de Provincie in de bouwfase en de beheerfase worden opgelegd en uitgevoerd. Dat zou kunnen zijn het stilzetten van de turbines op een moment waarop er veel vleermuizen in de buurt zijn.

In de Milieueffectrapportage (MER) van Windplan Groen is ook een hoofdstuk gewijd aan effecten van de windturbines op de natuur en hoe deze te beperken. Klik hier om de MER te kunnen lezen.

Bij het bepalen of de locatie voor windturbines ook daadwerkelijk geschikt was, is een MER opgesteld.  Grondig werd onderzocht wat de effecten op de flora en fauna zijn, zodat de provincie daar bij de verlening van de vergunning en ontheffing, in het kader van de Wet Natuurbescherming, rekening mee kan houden. Uit dit ecologisch onderzoek blijkt dat de impact op flora en fauna in het gebied beperkt is en daardoor voldoet aan de strenge regels die hiervoor bestaan.  U kunt het MER hier vinden.

Geluid slagschaduw verlichting en landschappelijk effect

Ja. Over de geluidsproductie -en de hoorbaarheid van geluid- zijn wettelijke normen vastgesteld. Die normen moeten onaanvaardbare geluidsdruk voor omwonenden voorkomen. De overheid gaat daarbij uit van een gemiddelde geluidsbelasting.
Meer over die geluidsnormen leest u hier.

De rotorbladen van windmooens veroorzaken het meeste geluid. De bladen hebben de afgelopen decennia grote ontwikkelingen doorgemaakt. Zo kan de stand van de bladen worden aangepast zodat deze meer of minder wind vangen (en meer of minder geluid maken). Maar ook het uiterlijk is aangepast. Aan de uiteinden zijn sinds enkele jaren zogeheten uilenveren gemonteerd. Die kleine driehoekige ‘tandjes’ verminderen het zoevende geluid dat rotorbladen maken bij hun omwentelingen.
Lees hier meer over de uilenverenstructuur.

Lden is een rekengrootheid die niet direct kan worden gemeten. Het betreft een ééngetalswaarde, waarbij de gemiddelde geluidsbelasting in de dag- (Lday), avond- (Levening) en nachtperiode (Lnight) met een weegfactor wordt meegenomen. Voor de avond geldt een toeslag van 5 dB en voor de nacht van 10 dB.
De Lden (Level day-evening-night) is een maat om de geluidsbelasting door omgevingslawaai uit te drukken. Sinds 2004 is het gebruik van de Lden in alle Europese landen verplicht.

Voor de bepaling van Lden wordt het etmaal in drie periodes verdeeld:
–            dagperiode 07.00-19.00 uur
–            avondperiode 19.00-23.00 uur
–            nachtperiode 23.00-07.00 uur

Eerst wordt per periode het equivalente geluidsniveau over een heel jaar bepaald, uitgedrukt in dB(A) Bij de avond en de nachtwaarde wordt vervolgens een straffactor van respectievelijk 5 en 10 dB(A) opgeteld. De reden hiervan is dat een bepaald geluidsniveau in de avond en de nacht door het verminderen van geluiden uit de omgeving als hinderlijker wordt ervaren dan het geluid van overdag. Een andere reden is dat het voor eventuele slaapverstoring gedurende de nacht van belang is ‘s nachts strengere eisen te stellen.

Windmolens maken geluid. De rotorbladen (wieken) die rond draaien zorgen voor dat geluid. Het geproduceerde geluid is te vergelijken met andere omgevingsgeluiden (fabrieken, autowegen, etc). Onderzoek heeft geleerd dat er ook een subjectieve kant aan het geluid zit: wie zich stoort aan windturbines zal geluiden eerder horen.

Hoge en lage windturbines
Moderne, hogere windturbines maken niet per definitie meer geluid  dan oudere, kleinere windturbines. Wettelijk is de jaarlijks toegestane gemiddelde hoeveelheid geluid op de gevel van woningen vastgelegd: maximaal 47 dB Lden. Hierbij wordt de geluidbelasting die optreedt gedurende de nacht en de avond zwaarder meegewogen dan geluid overdag (zie kader). In het algemeen kan gesteld worden dat wanneer aan de norm van 47 dB Lden kan worden voldaan, ook wordt voldaan aan de norm van 41 dB Lnight.

De toegestane hoeveelheid geluid is ongeacht het aantal of de hoogte van de windturbines. Dus als er meerdere turbines in de buurt staan, mogen deze samen niet meer dan 47 dB Lden op de gevel van een woning in de buurt produceren.
De praktijk leert dat die norm van 47 dB Lden alleen bij de dichtstbijzijnde woningen, doorgaans op zo’n 400 meter afstand of zelfs dichterbij, wordt bereikt. Uit onderzoek (Hinder door geluid van windturbines-TNO.nl)) (dosiseffect-relaties) dat is gedaan naar het geluid van windmolens blijkt dat gemiddeld 8 procent van omwonenden binnenshuis hinder ervaart als het geluid op de gevel van de woning gelijk is aan de wettelijke norm (Lden 47 dB).
Bij huizen die verder weg staan zal dit lager zijn.

Een speciale site van de rijksoverheid maakt het mogelijk die afstand zelf in te meten. Ga daarvoor naar deze pagina

Als de zon schijnt ontstaat achter de windturbine een schaduw. Als de wieken draaien, beweegt die schaduw. Die bewegende schaduw heet slagschaduw. Of bij een woning slagschaduw optreedt is afhankelijk van vele factoren, zoals:
* het seizoen (lente, zomer, herfst of winter)
* moment van de dag (’s morgens vroeg en ‘s avonds laat staat de zon lager en zijn ­­­schaduwen langer)
* ligging ten opzichte van de windturbine (noord, zuid, etc)
* de windrichting; als de turbinebladen haaks op een woning staan is weinig/geen slagschaduw te verwachten, maar als ze parallel aan de woning staan is wel slagschaduw te verwachten)
* en natuurlijk of de zon schijnt
Slagschaduw treedt bovendien niet de gehele dag op. De zon beschrijft dagelijks een baan aan de hemel,  en de schaduw beweegt mee tijdens het beschrijven van deze baan.

Of uw woning te maken kan krijgen met slagschaduw is te zien op een zogeheten slagschaduwkalender die per woning anders is. U kunt deze aanvragen via info@windplangroen.nl

Gezondheid en veiligheid

Als geluid van windturbines ter sprake komt, valt ook al snel de term ‘laagfrequent geluid’. Eind oktober 2020 beantwoordde staatssecretaris Van Veldhoven (Infrastructuur en Milieu) Kamervragen over windparken en dat laag frequent geluid met: “Er zijn geen nieuwe wetenschappelijke inzichten die aanleiding geven tot een aanpassing van de Nederlandse normering. Het geluidsspectrum van windturbines wijkt niet noemenswaardig af van dat van andere bronnen, zoals bijvoorbeeld transportgeluid. Er is geen indicatie dat het laagfrequente deel van turbinegeluid andere effecten heeft op omwonenden dan geluid in het algemeen, noch dat infrasoon geluid onder de hoorbaarheidsgrens enig effect kan hebben.”

Er zijn bovendien nog veel meer bronnen van laagfrequent geluid. Allerlei machines, apparaten en bijvoorbeeld wegen maken ook dit geluid. Vaak nog meer dan windmolens maken. Bovendien wordt er in de geluidsnormen voor windmolens rekening gehouden met laagfrequent geluid. Zo wordt voorkomen dat er te veel van dit geluid wordt geproduceerd.

Er zijn mensen die vrezen dat hun gezondheid verslechtert als er windmolens in de buurt komen.  Er is veel onderzoek gedaan naar dit onderwerp, bijvoorbeeld door de GGD en het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu). De conclusie uit dat onderzoek is duidelijk: er is geen bewijs dat windmolens mensen ziek maken. Dat directe verband is niet ontdekt.

Meer over onderzoek van de GGD naar het effect van windmolens op de gezondheid van omwonenden is hier te vinden.

Ook de Correspondent – een onafhankelijk journalistiek medium dat zich vooral richt op onderzoek, achtergronden en fact checking – schreef over dit onderwerp een artikel.

Het RIVM publiceerde in oktober 2020 een update onder de titel ‘Gezondheidseffecten van windturbinegeluid: een update’. Klik hier voor dat bericht of lees hier het volledige rapport.

Nut & noodzaak

Er moeten zeker veel windturbines op zee komen. Maar als we als land onze duurzaamheidsdoelstellingen willen halen, zijn windturbines op zee alleen onvoldoende. Er is ook energiebesparing nodig, zonnepanelen op daken en grondgebonden zonneparken en veel windturbines op land. Enkele jaren geleden zijn hierover op landelijk niveau afspraken gemaakt om te zorgen dat er genoeg windturbines op land komen. Windplan Groen is, net als de plannen voor windturbines van Windpark Zeewolde en Windplan Blauw, nodig om deze doelstellingen te halen. Op veel plekken in het land zijn de afgelopen jaren vanwege die afspraken windturbines gerealiseerd of zijn er vergevorderde plannen.
Omroep Flevoland publiceerde een artikel hierover, klik hier om dat te lezen.


Subsidie op energie wordt alleen verleend als het verschil tussen kostprijs van productie en opbrengstprijs uit de markt negatief is. De overheid vult dan op basis van de Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE) het tekort aan tot een max. aantal kWh en voor een periode van max. 15 jaar. In de zomer van 2022 was de prijs op de energiemarkt hoger dan de kostprijs. Er wordt nu dus geen aanvullende subsidie betaald. Elk jaar bekijkt de overheid opnieuw of en hoe hoog er subsidie moet zijn en de trend is dat de subsidie snel minder wordt.

Windturbines op land zijn een van de efficiëntste vormen van duurzame energie en hebben als gevolg daarvan het minst subsidie nodig.
Elk jaar bekijkt de overheid opnieuw hoe hoog de subsidie moet zijn en de trend is dat de subsidie steeds verder afneemt. Initiatiefnemers van duurzame energie worden zo gestimuleerd om zo efficiënt mogelijk te werken, zodat de energie tegen een zo laag mogelijke kostprijs wordt geproduceerd. Het is zelfs de wens om binnen enkele jaren de subsidie af te schaffen.

Het is overigens al meerdere malen onderzocht en aangetoond dat het subsidiëren van duurzame energie de maatschappij veel minder kost dan niets doen tegen klimaatverandering. De gevolgen van klimaatverandering en luchtvervuiling zijn groot en deze kosten zijn voor rekening van de maatschappij.

Nee, windenergie op land is op dit moment een van de goedkoopste vorm van duurzame energie. Voor zonne-energie en andere vormen van duurzame energie moet de overheid meer subsidie per kWh beschikbaar stellen om ook deze vormen rendabel te kunnen maken. Overigens is het lastig om energievormen eerlijk te vergelijken, omdat ‘schone energieopwekking’ niet wordt beloond t.o.v. vervuilende opwekking.

Als de wind waait, kunnen we de elektriciteit van de windturbines direct gebruiken. Op dat moment hoeven elektriciteitscentrales minder te produceren. Als het niet waait, draaien de centrales juist iets harder.
Er zijn nu veel initiatieven voor tussenopslag van energie voor de periodes dat er meer wordt geproduceerd dan gebruikt en vice versa. Daarmee neemt de flexibiliteit van het landelijk netwerk verder toe. Bestaande centrales kunnen het variabele aanbod van windenergie goed opvangen, maar het snel groeiende aanbod van zon-energie levert al knelpunten op.

TenneT als landelijk netbeheerder is verantwoordelijk is voor de ongestoorde energievoorziening in NL. Zij zijn verantwoordelijk voor het balanceren van het net obv beschikbare productie en vraag. En verantwoordelijk dat het net voldoende toegerust is om alle productie af te kunnen voeren daarheen waar elektriciteit nodig is.
In de toekomst zal windenergie onderdeel van een duurzame, internationale energiemix zijn – met zon, waterkracht, andere duurzame bronnen en energieopslag.

Om de kabinetsdoelstellingen van 14% duurzame energie in 2020 te halen en 16% in 2023, moeten we flink aan de slag. Op dit moment is van onze totale energieproductie ongeveer 6% duurzaam. Dat betekent dat we van alle beschikbare duurzame energiebronnen gebruik moeten maken, dus naast wind ook van zon, water en aardwarmte. Windenergie, opgewekt met windturbines, is voor Nederland, als land waar het veel en hard waait, de meest efficiënte en goedkoopste vorm van duurzame energie. Windenergie kunnen we zelf produceren. Het is schoon en goedkoop en maakt ons minder afhankelijk van gas, kernenergie en kolen uit andere landen

In een land als Nederland waar het vaak en hard waait, zijn windturbines heel effectief en één van de efficiëntste vormen van duurzame energie. Windturbines staan alleen stil voor onderhoud, als het niet waait (wat weinig voorkomt) en af en toe om de hinder van slagschaduw in de omgeving te beperken. Het onderhoud van windturbines wordt zoveel mogelijk gepland tijdens windstille periodes. Moderne windturbines produceren 90-95% van de tijd elektriciteit. Windturbines worden nog steeds doorontwikkeld en efficiënter. Ze worden hoger en groter, omdat het op grote hoogte harder en constanter waait. Ze krijgen langere wieken en betere besturing, zodat ze meer elektriciteit leveren tegen lagere kosten. Hierdoor wordt windstroom goedkoper.

Windplan Groen levert een grote bijdrage aan het verduurzamen van de provincie Flevoland en zelfs de nationale energievoorziening. De verwachting is dat de windturbines van Windplan Groen samen per jaar circa 1,9 miljard kilowattuur (kWh) per jaar opwekken. Dat is evenveel elektriciteit als jaarlijks in de gehele provincie Flevoland wordt gebruikt. 
Om evenveel duurzame elektriciteit met zonnepanelen op te wekken, is er circa 1900 hectare aan zonnepanelen nodig.

De kostprijs van windenergie is nog hoger dan de kostprijs van fossiel opgewekte energie. Dit is de reden dat windenergie (en ook zonne-energie) wordt gesubsidieerd. Dit gebeurt door middel van de SDE+. Via deze subsidie ondersteunt de overheid de ontwikkeling van deze vorm van energie. De overheid heeft hiertoe besloten, omdat het nodig is dat we meer duurzame energie opwekken. Windenergie op land is een van de efficiëntste vormen van duurzame energie en bijvoorbeeld aanzienlijk goedkoper dan zonne-energie.

De kostprijs van windenergie daalt hard, waardoor er steeds minder subsidie nodig is. De SDE+ wordt bijna elk jaar verlaagd en het moment dat windturbines op land geen subsidie meer nodig hebben, komt dichterbij. Tevens is het lastig om energievormen eerlijk te vergelijken, omdat ‘schone energieopwekking’ niet wordt beloond ten opzichte van vervuilende opwekking en omdat de maatschappelijke kosten van fossiele energie (klimaatverandering, luchtvervuiling) niet in de kostprijs worden meegenomen.
Meer over de SDE+ voor Windplan Groen leest u in dit nieuwsbericht.

Participatie algemeen

De omgeving kan op meerdere manieren profijt hebben van de windturbines van Windplan Groen:
* risicodragend participeren in parken door eigen deelnemers van de parken 
* risicodragend participeren via Windshare door inwoners en ondernemers in het buitengebied
* financiële participatie door inwoners van projectgebied via een obligatie-fonds
* participatiebijdrage van de windparken in Windplan Groen Fonds, bedoeld om kwetsbare personen in het projectgebied een steuntje in de rug te geven
* Windfonds Groen: een gebiedsgebonden bijdrage voor verbeteren leefomgeving en leefbaarheid.

Actuele ontwikkelingen rond participatie vindt u op www.windplangroen.nl/participeren/

Procedure

Windplan Groen maakt (als één van vier deelgebieden) onderdeel uit van het Regioplan Windenergie van de provincie Flevoland. Windplan Groen is het plan voor het oostelijk deel van de provincie en bevindt zich in de gemeenten Dronten en Lelystad. De elf afzonderrijke windparken binnen dit gebied hebben zich verenigd in één aanspreekpunt: Windkoepel Groen.

Om Windplan Groen te kunnen realiseren is in 2019 een zogeheten inpassingsplan vastgesteld. Het inpassingsplan voor Windplan Groen is vergelijkbaar met een bestemmingsplan van gemeentes. Het verschil is dat dit inpassingsplan is vastgesteld door de ministers van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).

Beperkingen door luchthaven
De uitbreidingsplannen voor luchthaven Lelystad hebben tot beperkingen geleid voor het plaatsen van nieuwe windturbines. Er zijn zones waar beperkingen gelden om te zorgen dat de veiligheid van kleinere vliegtuigen gewaarborgd blijft. Een dergelijke zone ligt boven het zuidelijke deel van Windplan Groen. Hierdoor kan een deel van de plaatsingszones voor windturbines in dit gebied niet worden gebruikt of is er alleen ruimte voor relatief lage windturbines. Dit is gebleken uit de toetsing van het plan door de Inspectie Leefomgeving & Transport (ILT).
Een gevolg van de opgelegde beperkingen was het schrappen van nieuwe turbines in het zuidelijk deel van het projectgebied verder hoogtebeperkingen voor 12 nieuwe turbines in nieuwe lijnen. Een en ander heeft geleid tot enkele aanpassingen in de plannen, waardoor een deel van de negatieve effecten kon worden gecompenseerd.
.

Productie

Binnen de plannen voor Windplan Groen maken 98 bestaande windmolens plaats voor negentig nieuwe exemplaren. Er ontstaat circa 500 MW nieuw opgesteld vermogen. Naar verwachting kunnen deze negentig windmolens samen circa 1,9 miljard kWh per jaar opwekken. Dat is evenveel elektriciteit als jaarlijks in de gehele provincie Flevoland wordt gebruikt. 

Windkoepel Groen

Beide.
De parken in het projectgebied ontwikkelen samen één Windplan Groen. 
Bij het ontwikkelen van het plan werken de parken samen in de koepelorganisatie, Windkoepel Groen, waarin ook Windshare meedoet.
Windkoepel Groen is dé initiatiefnemer van Windplan Groen en de gesprekspartner naar de overheden.