Procedure

Planning

Hieronder wordt een globale planning weergegeven voor Windplan Groen. Deze zal in de loop van het proces steeds specifieker worden, zodat ruim van tevoren duidelijk is wanneer bijvoorbeeld inspraak op de verschillende onderdelen mogelijk is.

Augustus/september 2018

  • Keuze Voorkeursalternatief (VKA).
  • Besluitvorming Provinciale Staten Flevoland en gemeenteraden Dronten en Lelystad over VKA.

Voorjaar 2019

  • Publicatie ontwerp-Inpassingsplan, Milieueffectrapportage en ontwerp-vergunningen/ontheffingen.
  • Inspraak (indienen zienswijzen).
  • Advies Commissie voor de m.e.r.
  • Informatieavonden.

Zomer 2019

  • Vaststellen definitief inpassingsplan en definitieve vergunningen/ontheffingen.
  • Indienen beroep bij Raad van State.

Medio 2021

  • Verwachte datum ingebruikname Windplan Groen.

 

Belangrijke projecten via Rijkscoördinatieregeling (RCR)

Het realiseren van een windpark van meer dan 100 MW is een project van nationaal belang. Op energie infrastructurele projecten van nationaal belang is de Rijkscoördinatieregeling (RCR) van toepassing. Deze regeling is bedoeld om de procedure te versnellen en te stroomlijnen. Zonder dat dit ten koste gaat van de zorgvuldigheid van de besluitvorming en van de mogelijkheden voor inwoners en betrokkenen om hierover hun mening te kunnen geven.

Ministers verantwoordelijk

De ministers van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) zijn het bevoegd gezag voor het project. Zij zijn verantwoordelijk voor de besluitvorming over het nieuwe windplan. De ministers bepalen uiteindelijk wat het voorkeursalternatief wordt. Tijdens de procedure adviseert de initiatiefnemer de ministers over technische zaken, bouwkosten en over de verschillende mogelijke alternatieven. Vervolgens is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor het bouwen van het windpark, en in het geval van Windplan Groen ook de sanering van bestaande turbines en voor het beheer nadat de turbines in gebruik zijn genomen.

Omgeving en milieu

Er wordt uitgebreid onderzoek gedaan naar de verschillende milieuaspecten die relevant zijn bij de aanleg van een nieuw windpark. Dat wordt gedaan in het kader van de door de Wet Milieubeheer verplicht gestelde Milieueffectrapportage (m.e.r.). Voordat de ministers via het inpassingsplan een formeel besluit over het definitieve plan nemen, moeten alle milieueffecten van (de aanleg) van het nieuwe windpark onderzocht worden (het milieueffectrapport (MER)). In dit rapport moeten ook voor een aantal andere oplossingen (de alternatieven) de milieueffecten worden beschreven. De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel bij het nemen van besluiten.
Op deze manier krijgen de projectorganisatie en de overheid (het bevoegd gezag) die het besluit moet nemen en de burgers vooraf kennis over de gevolgen voor het milieu van het project en van de alternatieven.

Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor de milieueffectrapportage (m.e.r)

De eerste formele stap om tot een inpassingsplan en daarmee een nieuw windplan te komen, is de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Hierin wordt het voornemen voor het nieuwe windplan uitgelegd en wordt ingegaan op het nut en de noodzaak van het windplan. In het ‘Regioplan Windenergie Zuidelijk en Oostelijk Flevoland’ (Regioplan Windenergie) worden vier projectgebieden onderscheiden, waarvan deelgebied Oost er één is. Daarmee staat voor de NRD Windplan Groen het zoekgebied vast. Ook is in het Regioplan Windenergie aangegeven van welke plaatsingszones voor de turbines uitgegaan moet worden en wat de saneringsopgave van het gebied is. In het NRD Windplan Groen is op hoofdlijnen aangegeven aan welke alternatieven gedacht wordt. Verder wordt aangegeven welke milieueffecten onderzocht zullen worden en hoe belanghebbenden hun mening over de plannen kunnen geven.

M.e.r. – procedure

Het plaatsen van windmolens heeft invloed op de omgeving. Windmolens moeten veilig zijn, zo weinig mogelijk overlast veroorzaken voor omwonenden en zo weinig mogelijk schade toebrengen aan dieren en planten. Er zijn voor windmolens uitgebreide randvoorwaarden vastgesteld op gebied van milieu en omgeving. In de m.e.r.-procedure wordt onderzoek gedaan naar de milieueffecten van de te onderzoeken alternatieven. Daarbij gaat het om aspecten als:

  • Vogels
  •  Vleermuizen
  • Geluid
  • Risicozonering
  • Slagschaduw
  • Gezondheid
  • Radar
  • Vliegveiligheid

Het Milieueffectrapport (MER) is het resultaat van de m.e.r.-procedure. Het MER onderbouwt het rijksinpassingsplan en daarmee de keuze voor de lijnposities. Het MER is uiteindelijk een bijlage bij het inpassingsplan en wordt dan ook samen met het inpassingsplan in procedure gebracht.

De Commissie voor de milieueffectrapportage is een onafhankelijke adviseur bij m.e.r.-procedures. De Commissie adviseert over de inhoud van milieueffectrapporten.

Keuze voorkeursalternatief

Het MER levert informatie op ten behoeve van de selectie en/of samenstelling van een voorkeursalternatief (VKA). De keuze voor een VKA wordt echter niet alleen bepaald door de milieueffecten uit het MER. Andere aspecten die ook vaak een rol spelen zijn:

  • Uitvoerbaarheid economisch en organisatorisch;
    • Rendement (het VKA moet voldoende rendement opleveren in relatie met de noodzakelijke investeringen, saneringsopgave, participatie en (financiële) risico’s);
    • In hoeverre invulling plaatsvindt binnen de relevante beleidskaders, zoals het Regioplan en het gemeentelijke Beeldkwaliteitsplan;
  • Uitvoerbaarheid fysiek/technisch:
    • Technisch uitvoerbaar
    • Benodigde grondposities beschikbaar

Uiteindelijk wordt de formele keuze gemaakt door de Ministers van EZK en BZK op grond van de Rijkscoördinatieregeling.

Gebiedsgebonden bijdrage

In sommige situaties kan de realisatie van nieuwe windparken binnen de kaders van het Regioplan Windenergie negatieve gevolgen hebben voor de omgeving. Om die te compenseren zijn er zogeheten gebiedsgebonden bijdragen vastgesteld die een bijdrage kunnen leveren aan aantoonbare kwaliteitsverbetering van de omgeving. In de praktijk betekent dit dat de initiatiefnemers van een windpark een financiële bijdrage leveren aan fysiek maatschappelijke voorzieningen die bijdragen aan de ontwikkeling van bijvoorbeeld natuur, recreatie of cultuur. Veelal zal dit maatwerk zijn dat tot stand komt na overleg tussen de initiatiefnemers, de gemeente en de omgeving.

De hoogte van de gebiedsgebonden (jaarlijkse) bijdrage is initieel vastgesteld op €1.050 per MW opgesteld vermogen. Zolang het geen invloed heeft op de totale bijdrage kunnen initiatiefnemers en gemeente er ook voor kiezen om de bijdrage variabel te maken. Bijvoorbeeld op basis van de jaarlijks werkelijk geproduceerde hoeveelheid energie.

Voorbereidingsbesluit

Met een voorbereidingsbesluit verklaren de ministers dat voor een bepaald gebied een inpassingsplan wordt voorbereid. Doel van het voorbereidingsbesluit is dat gebied te vrijwaren van andere ontwikkelingen die realisatie van het inpassingsplan in de weg kunnen staan. Dat wil niet zeggen dat alle ontwikkelingen in dat gebied onmogelijk zijn. Per ontwikkeling/vergunningaanvraag zal hiernaar gekeken worden. Het voorbereidingsbesluit kan genomen worden na besluitvorming over het voorkeursalternatief.

Inpassingsplan

Onderdeel van de Rijkscoördinatieregeling is het inpassingsplan. Een inpassingsplan is een bestemmingsplan op rijksniveau en wordt vastgesteld door de ministers van EZK en BZK.

Dit staat er in een inpassingsplan
Een inpassingsplan bestaat uit een aantal onderdelen. Zo bevat het onder andere:

  • Een kaart waarop de exacte ligging van het project is aangegeven.
  • Regels en (kwaliteits)eisen voor het project.
  • Een motivatie voor de locatie van het project en een toelichting op hoe het plan wordt uitgevoerd.
  • Een beschrijving van de gevolgen van het project voor bijvoorbeeld de leefomgeving, water, natuur, landschap en economische ontwikkeling en behoud van archeologische waarden. Deze effecten zijn opgenomen in het Milieu Effectrapport (MER).

 

Vergunningen

Voor het aanleggen en saneren van windturbines zijn veel besluiten (vergunningen en ontheffingen) nodig. Denk aan een omgevingsvergunning en een ontheffing van de Wet Natuurbescherming. Met de Rijkscoördinatieregeling blijven de overheden (zoals gemeenten en provincies) verantwoordelijk voor de besluiten. De minister bepaalt binnen welke termijnen alle (ontwerp)besluiten genomen moeten worden.

Inspraak en beroep

Iedereen die te maken krijgt met het nieuwe windplan kan zijn of haar mening hierover geven. Dit heet: een zienswijze indienenU kunt met een zienswijze reageren op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD), het ontwerp-inpassingsplan, het Milieueffectrapport (MER) en de ontwerpbesluiten gedurende een periode van zes weken. Met deze zienswijze kunt u aangeven waarom u het wel of niet eens bent met het ontwerp-inpassingsplan en/of de ontwerpbesluit(en) en het MER.

Tijdens de periode dat de NRD voor Windplan Groen ter inzage ligt zal de Commissie voor de milieueffectrapportage advies op de NRD uitbrengen. De ministers van EZK en BZK zullen dit advies gebruiken bij het maken van de definitieve NRD en de onderzoeken naar de milieueffecten. Verder worden de zienswijzen beoordeeld en meegenomen bij het vaststellen van de NRD.
Ook tijdens de ter inzage legging van het ontwerp-inpassingsplan en de Milieueffectrapport (MER) is inspraak mogelijk. Dat betekent dat iedereen dan zienswijzen kan geven over alle besluiten uit het inpassingsplan. De inspraak duurt zes weken.

Indien u daarvoor aanleiding ziet, is het belangrijk om al op de ontwerpbesluiten te reageren. Op het moment dat het besluit en/of inpassingsplan definitief is en u op de ontwerpbesluiten geen zienswijze heeft ingediend, dan kunt u op enkele uitzonderingen na, geen beroep bij de Raad van State aantekenen.

De zienswijzen worden beoordeeld en meegenomen bij zowel het vaststellen van het definitieve inpassingsplan als het afgeven van de definitieve vergunningen of ontheffingen. Voor het inpassingsplan beoordelen de ministeries van EZK en BZK de zienswijzen. Zienswijzen op de vergunningen worden door vergunningverlenende instanties zoals gemeenten, provincies, waterschappen beoordeeld en in de definitieve vergunningen verwerkt.

Het inpassingsplan en de definitieve besluiten, worden – na definitieve vaststelling – opnieuw ter inzage gelegd. Nu hebben belanghebbenden die eerder een zienswijze indienden op de ontwerpplannen, zes weken de tijd om beroep aan te tekenen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Raad van State beoordeelt of de besluiten al dan niet stand houden. De uitspraak van de Raad van State is bindend voor alle partijen. In principe moet de Raad van State op grond van de “Crisis en Herstelwet” binnen 6 maanden uitspraak doen.

Via deze website van Windplan Groen wordt met nieuwsberichten aangegeven waar en wanneer inspraak mogelijk is. Vanaf wanneer u de formele stukken kunt inzien en uw zienswijze kunt indienen, leest u dit bovendien in de regionale en lokale kranten. Hierin staat aangegeven waar u uw mening kenbaar kunt maken en binnen welke termijn dat moet gebeuren. U vindt de informatie ook op www.bureau-energieprojecten.nl.
Het (ontwerp)inpassingsplan wordt gepubliceerd op ruimtelijkeplannen.nl en de overige stukken (vergunningen) worden gepubliceerd op de website van Bureau Energieprojecten. De aanvragen en plannen liggen ook ter inzage op een locatie in de regio bijvoorbeeld een gemeentehuis. Dit betekent dat u de documenten ook ter plekke kunt bekijken. Waar dit precies is, wordt bekend gemaakt op deze website maar ook in de kennisgeving die in de regionale en lokale kranten wordt gepubliceerd.

De overige achtergrond en nieuwsoverzichten vindt u op de volgende websites:
www.rvo.nl/subsidies-regelingen/bureau-energieprojecten
www.flevoland.nl
www.dronten.nl
www.lelystad.nl