FAQ

Geluid slagschaduw verlichting en landschappelijk effect

Wat hoor je van de windturbines?

Windturbines produceren geluid door het ronddraaien van de wieken. Dichtbij een windturbine hoor je het zoeven van de wiek door de lucht. Bij meer wind bewegen de rotorbladen sneller en maakt de windturbine meer geluid. Het is vaak zo dat bij hardere wind het omgevingsgeluid – ruisen van de wind om het huis, bladeren in bomen – dusdanig hard is dat dit het geluid van een windturbine overstemt. Als het zacht waait, draait de windturbine zachtjes of staat deze stil en maakt daardoor geen of weinig geluid. De afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in de ontwikkeling van de beperking van geluidhinder door windturbines. Dit is bereikt door betere geluidsisolatie, verlaging van het toerental en een verbeterd ontwerp van de rotorbladen.

Grotere windturbines maken niet meer geluid dan kleinere. De trend is juist dat de grotere windturbines stiller worden. Fabrikanten van windturbines blijven zoeken naar manieren om het geluid van de windturbines te verlagen.

Daarnaast blijft de geluidsnorm hetzelfde, ongeacht het aantal of formaat van de windturbines: de geluidsbelasting op de gevel van woningen van derden mag niet meer dan Lden 47 dB zijn. Daaraan moeten de windturbines voldoen.

Grotere windturbines zijn mogelijk wel vaker te horen. Zij vangen namelijk eerder en meer wind doordat de wieken langer zijn en deze zich hoger in de lucht bevinden. Daardoor draaien zij eerder ook bij lagere windsnelheden dan kleinere windturbines. Maar daarmee wordt rekening gehouden in de berekeningen voor de geluidsnorm.

Hoewel over het algemeen uit onderzoek en praktijkervaringen blijkt dat veruit de meeste omwonenden van windparken weinig tot geen geluidshinder ervaren omdat zij op voldoende afstand wonen, hoeft dat niet af te doen aan de zorgen die mensen hierover kunnen hebben. Het ervaren van geluid blijft ook altijd een persoonlijke beleving. Wel zijn er op basis van onderzoek naar geluidshinder regels opgesteld die bepalen hoeveel geluid windturbines op de gevels van woningen van derden mogen veroorzaken. De geluidsnormen zijn 47 dB (A) Lden en 41 dB(A) Lnight en zijn wettelijk vastgelegd in het Activiteitenbesluit.

Deze normen zijn ingesteld om onacceptabele hinder te voorkomen. Om te kunnen voldoen aan de geluidsnormen kan als vuistregel worden gehanteerd dat er circa 400 meter afstand moet zijn tussen de windturbines en woningen. Dit is geen wettelijk verplichte minimumafstand, maar in de praktijk blijkt vaak deze afstand nodig. In Windplan Groen staan de dichtstbijzijnde windturbines op circa 800 á 900 meter van de woningen aan de rand van Biddinghuizen en Ketelhaven. Windplan Groen voldoet ruimschoots aan deze normen. Ook in het MER-onderzoek is hier uitvoerig naar gekeken met als conclusie dat de geluidshinder door de windturbines voor omwonenden aanvaardvaar en naar alle waarschijnlijkheid zeer beperkt zal zijn.

Meer hierover kunt u ook lezen op de website van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Hoe zit het met laagfrequent geluid?

Windturbines produceren zowel laag-, midden- als hoogfrequent geluid. Bij de geluidsregels wordt rekening gehouden met al het geluid, waaronder laagfrequent geluid. Deze normen zijn gebaseerd op de hinderbeleving van windturbinegeluid en daarmee alle karakteristieken van dit geluidstype. In de geluidsnormen zijn piekgeluiden en laagfrequent geluid verdisconteerd.

Laagfrequent geluid bestaat vooral uit lage tonen, op de grens van wat voor de mens hoorbaar is. Bekende veroorzakers van laagfrequent geluid zijn de zee, wind, onweer maar ook wegverkeer, luchtverkeer, industrie en scheepvaart. Windturbines produceren ook laagfrequent geluid, maar zeker vergeleken met eerder genoemde veroorzakers is dat weinig laagfrequent geluid. Er zijn geen wetenschappelijke bewijzen die een verband aantonen tussen het laagfrequent geluid van windturbines en gezondheidseffecten. Meer daarover kunt u ook hier lezen.

Waarom bouwen we in Nederland op 400 tot 500 m afstand van woningen?

Er is in Nederland geen wettelijk minimum voor afstanden tussen huizen en windturbines. De te hanteren afstand tussen een windturbine en de dichtstbijzijnde woning verschilt per locatie en volgt met name uit de geluid en slagschaduwwetgeving. Het toegestane gemiddelde geluidsniveau op een woning komt in de praktijk neer op 41 tot 42 dB(A) en veelal op een afstand van circa 400 meter. Maar deze afstand van 400 meter is slechts een vuistregel, en geen wettelijke verplichting of norm. Uit het geluidsonderzoek dat bij elk initiatief voor windmolens wordt gedaan, blijkt welke afstand nodig is om aan de geluidsnorm te voldoen. Dan kan ook blijken dat de afstand tot een woning minder dan 400 meter kan zijn. Dat hangt af van de lokale omstandigheden en bijvoorbeeld welke type windmolen er wordt gebouwd: het ene type kan stiller zijn dan het andere type windmolen. Het geluidsniveau dat bij woningen van derden rondom een windmolen mag worden geproduceerd, wordt wettelijk geregeld via het Activiteitenbesluit.

Hoeveel ruimte moet er tussen windturbines op land zitten?

Windturbines van 3,5 MW worden ongeveer 500 m uit elkaar gezet (4 keer de diameter van de rotor, de denkbeeldige cirkel die de wieken maken). Als windturbines dichter op elkaar gezet worden, wordt de energieopbrengst lager én neemt de aerodynamische belasting toe.

Geven windturbines lichtschittering en is dat te voorkomen?

Lichtschittering kan ontstaan doordat zonlicht op de draaiende rotorbladen schijnt. Om dit te voorkomen worden de rotorbladen van de windturbines voorzien van een anti-reflecterende coating.

Wat wordt er gedaan om hinder van slagschaduw te verminderen?

Slagschaduw ontstaat als de zon tegen de draaiende wieken schijnt. De schaduw die ontstaat, beweegt en kan hinderlijk zijn. Op basis van de stand van de zon is goed te voorspellen hoeveel, wanneer en waar er slagschaduw wordt veroorzaakt. Onder andere ten behoeve van het Milieueffectrapport (MER) voor Windplan Groen zijn hier berekeningen naar gedaan. Ook is er een slagschaduwnorm die is vastgelegd in het Activiteitenbesluit: maximaal 17 dagen per jaar mag er meer dan 20 minuten per dag slagschaduw worden veroorzaakt op bijvoorbeeld een woning van derden. Op andere dagen mag volgens deze norm minder dan 20 minuten slagschaduw worden veroorzaakt.

Om te zorgen dat de hoeveelheid slagschaduw deze norm niet overschrijdt, wordt er een zogeheten stilstandsvoorziening ingesteld. Deze zorgt ervoor dat de windturbines kunnen worden stilgezet als de slagschaduw een woning van derden kan raken.

Voor de kernen Biddinghuizen, Dronten en Ketelhaven geldt dat de slagschaduw naar zo goed als nul wordt teruggebracht door de windturbines vaker stil te zetten. Dit is ook vastgelegd in de vergunningen. Meer daarover leest u ook in dit nieuwsbericht.

Hoe bepalend zijn windturbines in het landschap?

Windturbines zijn zichtbaar in het landschap en zijn bij helder weer van grote afstand zichtbaar. Inmiddels heeft de ervaring geleerd dat windturbines die in parallelle lijnopstellingen staan minder bezwaren oproepen dan hetzelfde aantal molens dat solitair is gebouwd en door elkaar staat. Een tweede ervaringsgegeven is dat de nieuwe generatie windturbines, die weliswaar hoger zijn toch minder bezwaren opleveren, hetgeen met name verklaard wordt doordat ze met hun grotere wieken veel rustiger draaien dan de windturbines zoals die tot enkele jaren geleden werden geplaatst. Om een indruk te geven van het toekomstige landschap met de windturbines van Windplan Groen hebben we visualisaties laten maken van de nieuwe windturbines in het landschap. Klik hier om deze te kunnen bekijken.

Hoe zit het met de lampen op de windturbines?

Windturbines met een tiphoogte van meer dan 150 meter moeten worden voorzien van obstakelverlichting. Dit is verplicht om de windturbines ook ’s nachts zichtbaar te maken voor vliegtuigen. Dat zijn witte lampen overdag en rode lampen ’s nachts. Deze rode lampen zullen ’s nachts niet knipperen. Vroeger moesten deze lampen wel knipperen, maar omwonenden gaven aan daar hinder van te ondervinden. Daarom mogen de lampen nu vastbrandend zijn en daar kiezen wij dan ook voor.

Daarnaast mogen de lampen bij helder weer worden gedimd. Als het weer helder genoeg is, mogen de lampen tot 10 procent van hun gebruikelijke sterkte worden gedimd (dus een reductie van 90 procent van de lichtsterkte). Ook deze techniek wordt toegepast bij Windplan Groen.

Als u meer wilt weten over de huidige regelgeving voor obstakelverlichting: klik hier

Wij werken mee aan een groot provinciaal onderzoek naar de mogelijkheden voor het verder beperken van de hinder door obstakelverlichting. Dit onderzoek sluit aan op landelijk en Europees onderzoek. Het onderzoek concentreert zich vooral op de vragen of er ook minder lampen kunnen worden toegepast of dat de lampen pas aangaan als er ook daadwerkelijk een vliegtuig in de buurt is.

Als er uitkomsten zijn van dit onderzoek, wordt dit bekend gemaakt. Wij hebben bovendien de intentie, indien realistische mogelijkheden zich voordoen, deze toe te passen. Een van de eisen die WKG stelt aan windturbinefabrikanten is de ruimte die er moet blijven om nieuwe technieken toe te passen die hinder van obstakelverlichting beperken.

Kunnen de windturbines op grotere afstand van Biddinghuizen en Ketelhaven worden gezet?

De dichtstbijzijnde nieuwe windturbines van Windplan Groen zijn beoogd op 800 á 900 meter van de rand van de kernen van Biddinghuizen en Ketelhaven. Een deel van de inwoners van deze dorpen heeft de wens dat de windturbines op nog grotere afstand worden gezet. Er is onderzocht, onder regie van de gemeente Dronten, of dit praktisch en economisch mogelijk is. Op basis van de onderzoeksresultaten is de conclusie dat er geen mogelijkheden zijn om windturbines te verplaatsen vanwege technische, juridische en ruimtelijke bezwaren. Meer hierover staat in een brief van het college van B en W aan de gemeenteraad van Dronten. Deze brief vindt u hier.

Het onderzoek naar alternatieve locaties voor windturbines van Windplan Groen moest worden beperkt tot het huidige projectgebied, projectgebied Oost. Windkoepel Groen kan geen windturbines plaatsen in andere gebieden, omdat de Windkoepel daar niet de initiatiefnemer is.

In Nederland worden windparken getoetst aan de geldende wet- en regelgeving voor onder andere geluid en slagschaduw. Er zijn geen standaard afstandsnormen die moeten worden gehouden tot bijvoorbeeld woonkernen, maar de afstand wordt met name bepaald door de geluid- en slagschaduwnormen. Deze normen zijn ingesteld om onacceptabele hinder te voorkomen. Windplan groen voldoet ruim aan deze normen en gaat zelfs nog een stuk verder. Meer daarover leest u in dit nieuwsbericht.

Ook het eventueel niet doorgaan van de uitbreiding van Luchthaven Lelystad –  wat tot op heden niet aan de orde is – biedt geen extra ruimte om windturbines binnen projectgebied Oost op grotere afstand van Biddinghuizen en Ketelhaven te plaatsen. De zone die in een eerder stadium is afgevallen voor windturbines, is namelijk een zone die bestemd is voor kleinere vliegtuigen die van en naar de luchthaven gaan. Deze zone is nu door de luchtvaartautoriteiten bepaald en wordt niet meer aangepast, ook niet zonder uitbreiding van luchthaven Lelystad.

Kan Biddinghuizen nog uitbreiden als de nieuwe windturbines er staan?

Er is bij het opstellen van het plan rekening gehouden met andere ontwikkelprojecten in de omgeving, zoals geplande uitbreidingen van woonwijken. De ontwikkelprojecten waar al besluitvorming over heeft plaatsgevonden zijn bijvoorbeeld ook in de MER meegenomen. Dat geldt onder andere voor nieuwbouwwijk De Graafschap in Biddinghuizen. Deze uitbreiding kan gewoon doorgaan zoals gepland, ook als de nieuwe windturbines er staan.

Er zijn voor nu geen autonome ontwikkelgebieden zoals woonwijken die beperkt worden door Windplan Groen. Over de invloed van het plan op ontwikkelmogelijkheden in de verre toekomst kunnen wij  geen uitspraken doen. Inherent aan ontwikkeling is een continue verandering van de omgeving. Het gebied kan er tegen die tijd alweer heel anders uitzien. Wel kunnen we stellen dat het gebied niet op slot gaat. Bestaande plannen kunnen doorgaan en windturbines hebben een exploitatietermijn van 25 á 30 jaar. Mogelijk is er dan nog meer ruimte voor eventuele, nu nog onbekende ontwikkelingen.