FAQ

Compensatie

Wat zijn de verplichtingen van ontwikkelaars van windparken naar hun omgeving?

Momenteel geldt dat de omgeving geïnformeerd moet worden over een vergunningsprocedure, zodat zij de mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze kan benutten. Daarnaast heeft brancheorganisatie NWEA in september 2014 een gedragscode Draagvlak en participatie Windenergie op Land opgesteld. Kern van de Gedragscode is dat de omgeving in een zo vroeg mogelijk stadium bij windprojecten wordt betrokken. Voor ieder project wordt in dialoog met belanghebbenden en het bevoegd gezag een participatieplan opgesteld, waarmee afspraken vast komen te liggen. Ook stelt de initiatiefnemer een aanspreekpunt voor de omgeving aan. Ook wordt in deze gedragscode een financiële participatie geadviseerd. Een en ander is meer specifiek ingevuld in het Regioplan van de provincie en de gemeenten.

Op welke manier heb ik inspraak bij de procedure omtrent de geplande windparken?

Het ministerie van Economische zaken coördineert de vergunningsprocedure en zorgt voor de ter inzage legging van alle relevante besluiten omtrent de windparken. In eerste instantie worden er ontwerpbesluiten genomen en kan iedereen d.m.v. een zienswijze zijn of haar mening geven over de verschillende besluiten. De verschillende bevoegde gezaginstanties betrekken deze zienswijzen bij hun definitieve besluitvorming. Vervolgens kunnen bezwaarmakers nog naar de Raad van State die uiteindelijk het laatste woord heeft.

Hoe zit het met planschade?

Veranderingen in de omgeving kunnen van invloed zijn op de waarde van de woning. Denk aan nieuwbouw of een gewijzigd bestemmingsplan of de bouw van windturbine(s). Wanneer woningeigenaren vermoeden dat de komst van windturbines tot een lagere verkoopwaarde leidt, kunnen zij een procedure voor planschade starten. Bij het bepalen van planschade vergelijkt men de situaties voor en na de wijziging van het inpassingsplan. Daarbij wordt het verschil tussen de maximale bouw- en gebruiksmogelijkheden in de oude en nieuwe situatie berekend.

Een aanvraag om een tegemoetkoming in planschade moet worden ingediend bij het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente waar de schade wordt geleden. De gemeente stuurt vervolgens de aanvraag door naar: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Afhandeling Planschade, Postbus 8242, 3503 RE Utrecht, die de behandeling overneemt.

Moet een gemeente bij het vaststellen van de WOZ rekening houden met (plannen voor de plaatsing van) windturbines?

Sinds 2002 zijn hierover verschillende uitspraken gedaan door rechtbanken en gerechtshoven. Een gemeente moet bij het vaststellen van de WOZ analyseren of de (mogelijke) plaatsing van windturbines een waardedrukkend effect heeft. Als het geluid binnen de norm blijft en er geen sprake is van slagschaduw, dan is dit geen reden voor een verlaging van de WOZ. Ook moet de gemeente analyseren of er sprake is van visuele hinder en of dit reden is voor verlaging van de WOZ. Dit kan aan de hand van de waarde van vergelijkbare woningen, waarbij ook een windturbine in de nabije omgeving staat. Kortom: Een gemeente moet haar WOZ-taxatie voor woningen in de buurt van (nog te plaatsen) windturbines goed onderbouwen.
Meer informatie WOZ-waarde en windturbines: “Vergelijk! Een analyse van jurisprudentie over WOZ-waarde in relatie tot objecten in de nabijheid van windturbines” (link RVO)

Dalen woningen blijvend in waarde ten gevolge van de plaatsing van windturbines?

Net als bij andere bestemmingsplanwijzigingen of bouwactiviteiten kan er in specifieke gevallen sprake zijn van effecten op de waarde van een woning. Uit diverse internationale studies blijken verschillende resultaten. Soms is er een lagere verkoopwaarde van woningen nabij een windpark of alleen een tijdelijke waardedaling zolang er protesten zijn en soms is er nauwelijks effect.
Recent (2013) grootschalig onderzoek in Amerika geeft aan dat er geen (blijvend) effect is; eerder bleek dat al uit een Amerikaans onderzoek in 2009. Om een beeld te hebben van het effect van windturbines op de woningwaarde, wilde RVO onderzoek laten doen naar verkoopprijzen vóór en na de komst van de windturbines. In heel Nederland bleken maar voor weinig locaties voldoende gegevens te achterhalen; te weinig om een representatief onderzoek te kunnen doen. (Bron: www.nwea.nl )

Wat is de procedure als een beroep wordt gedaan op planschade

Hoofdstuk 6 Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) en de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) schrijven voor welke procedures doorlopen moeten worden bij een verzoek om tegemoetkoming in planschade. Daarbij is onder andere voorzien in een voorschotregeling en in de mogelijkheid van bezwaar en (hoger) beroep. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), afdeling 6.1, geeft nadere regels, waaronder het voorschrift dat een extern adviseur voor de bepaling van de hoogte van planschade wordt ingezet. De Beleidsregel advisering planschadeverzoeken energie-infrastructuurprojecten van 16 augustus 2013 regelt de aanwijzing en de werkwijze van de externe adviseur (bron).

Gedupeerden kunnen hun aanvragen voor tegemoetkoming in planschade indienen tot vijf jaar nadat het inpassingsplan onherroepelijk is geworden. Het inpassingsplan is onherroepelijk als de beroepstermijn verstreken is en er geen beroep is ingesteld of – als er wel één of meer beroepen zijn ingesteld – vanaf het moment dat de Raad van State uitspraak heeft gedaan en het inpassingsplan (of in ieder geval de rechtsgevolgen ervan) in stand heeft gehouden.